01:04 uur @ 07-03-2026

Zeven keer je kind zien wegvallen

En hoe één nieuwe stuip alles weer terugbrengt. De eerste keer vergeet je nooit. Maar wat als het niet bij één keer blijft?

De eerste koortsstuip

Onze oudste dochter kreeg haar eerste koortsstuip toen ze nog een baby was. Zo klein. Zo kwetsbaar. Zo volledig afhankelijk van ons.

Je weet misschien dat koortsstuipen “kunnen gebeuren”. Dat ze “meestal onschuldig zijn”. Maar wanneer je baby in je armen ligt en ineens wegdraait... haar lichaam verstijft... haar ogen wegrollen... dan bestaat er geen “meestal” meer. Dan is er alleen maar angst.

Na de eerste keer hoop je: dit nooit meer. Maar het gebeurde opnieuw. En opnieuw.

7 keer... 7 keer...

In totaal zeven keer. Sommige duurden lang. Geen seconden. Maar minuten. Soms wel vijftien. Vijftien minuten waarin je wacht. Waarin je haar naam zegt. Waarin je hart bonst in je keel. Waarin je lichaam in pure overleving schiet. Vijftien minuten waarin je denkt: dit kan niet goed gaan.

Artsen konden geen duidelijke oorzaak vinden. “Het kan voorkomen.” “Ze groeit er waarschijnlijk overheen.” “Probeer rustig te blijven.” Maar herhaling verandert iets in je. Elke koorts werd een dreiging. Elke warme wang een alarmsignaal. Ons lichaam stond permanent op scherp.

Mijn man en ik voelden daarin hetzelfde. Dezelfde pijn. Dezelfde onmacht. Dezelfde drang om alles onder controle te krijgen wat controleerbaar was. We handelden samen. Deden wat we konden. Maar diep vanbinnen leefden we in waakstand.

Nog een koortsstuip?!

En toen, jaren later, kreeg onze tweede dochter ook een koortsstuip. Eén. Gelukkig bleef het bij die ene keer. Maar voor ons lichaam maakte dat nauwelijks verschil. Alles was terug. De geur van de kamer. De spanning. De tijd die vertraagt. De angst die als een golf door je heen schiet. Je lichaam herkent het sneller dan je hoofd.

Waar anderen misschien denken: “Ach, het gebeurt vaker in gezinnen”, beleef jij opnieuw alle eerdere momenten. Dat is wat herhaling doet. En dat is wat trauma doet. Het gaat niet alleen om wat er nú gebeurt. Het gaat om alles wat je lichaam al heeft opgeslagen.

Je lichaam blijft alert

In mijn praktijk zie ik dit vaak bij ouders. Een kind dat inmiddels gezond is. Maar een ouderlichaam dat nog steeds alert reageert. Die schrikken van koorts. Die sneller in paniek raken dan ze willen. Die zichzelf streng toespreken: “Rustig blijven.”

Maar je lichaam is niet zwak. Je lichaam herinnert zich. Trauma gaat niet over ondankbaarheid. Het gaat over het moment waarop je je kind niet kon beschermen. En wanneer dat zeven keer is gebeurd... dan is het logisch dat je systeem niet zomaar ontspant.

Wat mij heeft geholpen, is erkennen dat dit iets met ons heeft gedaan. Met mij als moeder. Met mijn man als vader. Met ons als stel. Niet omdat we het niet aankonden. Maar omdat we het serieus namen.

Ik help je je weer veilig te voelen

In mijn werk begeleid ik ouders die medische gebeurtenissen met hun kind hebben meegemaakt. Soms één keer. Soms vaker. We werken met het lichaam, met het zenuwstelsel, met de laag die nog steeds in paraatheid leeft.

Zodat je lichaam mag voelen: Het is nu veilig. Ik hoef niet meer te wachten op de volgende keer. Ik mag ontspannen. Want ouderschap maakt je sterk. Maar het maakt je ook rauw. En ook jouw rauwheid verdient zorg.

Voel jij dat oude medische momenten nog in je lichaam leven? Dat een nieuwe gebeurtenis alles weer activeert? Je bent niet overdreven. Je bent een ouder die heeft liefgehad tot in haar diepste vezels.

En dat laat sporen na.

Liefs,

Debbie ❤


Delen: